Nieuw  |   Taalkunde  |   Woordenboeken  |   Tweetalig  |   Literatuur  |   Kunst  |   Management  |   Computer  |   Catalogus
Geboren Nijmegenaar dr. Leo Ewals studeerde Franse letteren en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Nijmegen en aan de Ecole du Louvre in Parijs. In 1987 promoveerde hij aan de KUN op een proefschrift gewijd aan de Nederlandse Parijzenaar, schilder en beeldhouwer Ary Scheffer. Sindsdien publiceert hij in binnen- en buitenland over de Nederlands en Franse kunst en cultuur. Hij werkt nu onder meer aan een serie boeken over Nijmeegse kunstenaars, die samen een boeiend beeld geven van het culturele leven van de oude keizerstad in de 20ste eeuw.

Ook van Leo Ewals:
- Van Mijn Grafiek Houd Ik Toch het Meest


Kemper Conseil Publishing
Kemper Conseil Consultancy
Manuscript beoordeling
Contact
Mijn Mand

   
Bekijken


Auteur: Leo Ewals
Omslag: Harde band
Pagina's: 160
ISBN: 9789076542041
Prijs: € 25,00


Gerard Mathot, Redemptorist en kunstenaar

Gerard Mathot ging in 1924, dertien jaar oud, naar het seminarie van de redemptoristen omdat hij missionaris wilde worden in Brazilië. Toen hij echter het klein en groot seminarie doorlopen had, stuurde zijn provinciaal hem tamelijk onverwacht naar de kunstacademie in
Arnhem. Daarmee begon het dubbelleven van Mathot. Hij was op de eerste plaats priester. Als lid van de congregatie der redemptoristen, trok hij jaren het land rond om te prediken, retraites te verzorgen, te dopen en huwelijken te sluiten. Toen hij eind jaren veertig landelijke bekendheid kreeg was dat dan ook vanwege zijn preken, die zelfs op de radio werden uitgezonden en in boekvorm uitgegeven, en niet vanwege zijn artistieke werk. Tegelijkertijd echter leidde hij een bescheiden maar actief kunstenaarsbestaan: actief, want hij werd al snel gevraagd om de vele vestigingen van de redemptoristen in den lande te verrijken met schilder- en beeldhouwwerk; bescheiden, want hij heeft bijna nooit de publiciteit gezocht door deel te nemen aan tentoonstellingen.
Het doel van dit boek is om een hommage te brengen aan de kunstenaar. Dat wil echter niet zeggen dat de geestelijke buiten beschouwing blijft. Het zou ook niet kunnen. Bij Mathot stond de kunst meestal in dienst van zijn geloofsbeleving. De priester had de kennis om de christelijke idealen en het gedachtengoed van de redemptoristen uit te dragen, de kunstenaar had de visie en de originaliteit om dat met een soms heel persoonlijk accent te doen, niet alleen in woord, maar ook in schilder- en beeldhouwwerk. Ongetwijfeld zal Mathot voor het nageslacht vooral bekend blijven als beeldend kunstenaar. Want met de prachtige bronzen beelden die men nog steeds kan bewonderen op de campus van de universiteit van Nijmegen, in de Sint Jan te ‘s-Hertogenbosch en in de kerken der redemptoristen heeft hij zich een blijvende naam verworven. Misschien is het dus toch een gelukkige ingeving geweest van provinciaal Mathot naar de kunstacademie te sturen.